|
Home | Informatie | Bestuur | Oude evenementen | Contact | Sponsors | Links |
|
Van toeschouwer naar medewerker bij een NedTRAK-evenement
De titel van dit stuk heeft sterke overeenkomsten met het verhaal van Paul de Leppé (helaas overleden op 11 mei j.l.) uit Antwerpen in N-Koppeling nr. 121 van maart 2008. Daarom stel ik mij ook maar even voor: Martin Hornis uit Emmen, die sinds kort tot het gilde van 65+ behoort. Ook ik ben begonnen met een sweatshirt, ‘koudkoppelstukjes’ en wat hout. Om kort te gaan, we kwamen op woensdagmiddag 5 nov. 2008 om 13.00 uur samen in het WTC Expo-gebouw in Leeuwarden. Dit in het kader van de beurs ‘Hobby 2008’. Die ‘we’ zijn: Ronald Meesters en Gerrit Reitsema uit Leeuwarden, Bert van de Beek uit Maartensdijk, Emiele Senders uit Tilburg en Martin Hornis uit Emmen. Vanaf vrijdag was ook Michiel Bollen uit Utrecht aanwezig. Mijn ‘hand- en spandiensten’ (op woensdag, donderdag en zondag) werden benut om mee te helpen met het opbouwen van de baan. Vanaf 13.00 tot 22.00 uur zijn we er mee bezig geweest. Maar toen reden de treinen dan ook. De meegebrachte modules hebben grote indruk op mij gemaakt. Vooral als je een paar dagen meeloopt, kun je het een en ander nog eens nader bekijken. Ronald had een universele 90°-boog en twee rechte modules meegenomen. De eerste module van Ronald voor de boog is eenvoudig van opzet. Er rijdt een bus rond via het bekende Faller-systeem. De wieken van een molen draaien en een automatisch werkende overweg in het NedTRAK-systeem functioneert met behulp van geheugendraden en een treindetectiesysteem. Van de tweede module had hij een waar kunststukje gemaakt. Het bestond uit een bergbeek met echt stromend water die in een grotere rivier uitmondde. In de bergbeek was een waterrad (elektrisch aangedreven) dat aan een gebouw van een houtzagerij was verbonden. Tevens was er een smalspoorbaan (N 6,5) aanwezig. Op het onderstel van een stoomlocomotief van spoor Z had hij een N-kap geplaatst. Achter de loc waren een drietal rongenwagens gekoppeld. Op de wagens waren boomstammen geladen. Via een publieksdrukknop kon de treinbeweging in werking worden gesteld. Een volgeladen trein kwam vanuit de berg waarop bomen werden gekapt tevoorschijn en maakte een rondje over het traject om aan de andere kant weer onder de berg te verdwijnen. Achter die berg werd de trein (zogenaamd) gelost. Als er weer op die knop gedrukt werd, kwam er een (andere) lege trein achterwaarts over het traject terug. Meestal vertelde ik de toeschouwers (vooral bij kinderen) dat we in de berg een stel kabouters hadden die aan het laden en lossen waren. De treinen reden over een brug over de bergbeek. Die brug werd tevens door het wegverkeer gebruikt. Daarom werd er bij elke nadering van de brug op het juiste moment een stoomfluitgeluid ten gehore gebracht. In het verlengde van de modules van Ronald waren de modules van Gerrit opgesteld. Zijn modules waren een complete modelspoorbaan van twee modules in de gewone lengterichting. Achter die modules waren nog een tweetal modules parallel aangekoppeld. Thuis kan hij dus gewoon zijn rondjes met de treinen rijden. Het sporenplan bestaat uit een dubbele ovaal met een tunnel om geen kruisende sporen te krijgen. Het geheel is in een bergachtige omgeving gesitueerd. Aan de achterkant is een schaduwstation met vier opstelsporen. Aan de voorkant zijn aan het begin en einde van de doorgaande NedTRAK-sporen wisselverbindingen in spoor 2 opgenomen. Hierdoor kunnen treinen naar en van het ‘eilandbedrijf’ van Gerrit op een soepele wijze worden overgedragen. Als er op een ongelegen moment geen treinen over de NedTRAK-baan rijden dan rijdt bij Gerrit dus altijd nog een trein door zijn bergen. Aan de voorkant is tevens nog een inhaalspoor in het ‘eilandbedrijf’ opgenomen, waardoor het aantal sporen ook daar op vier komt. In het verlengde van Gerrits modulen waren een viertal modulen van Emiele opgesteld. Die modulen vormen een geheel en stellen een rivierlandschap met boogbrug voor. De boogbrug ondergaat een schilderbeurt (als uitbeelding) en ligt in het midden van de breedte op de module. De sporen op de aansluitende modules liggen op een dijk die ook in het midden van de breedte van de modules ligt. Aan de uiteinden van deze vaste inbreng buigen de sporen weer naar de voorrand van de modules. Teruggaande naar de andere zijde van Ronald’s modulen waren de stationsmodulen (Oosterberg) van Bert via een onderdoorkruip-brugmodule van Emiele aangekoppeld. Bert heeft vast enige maanden moeten besteden om alles van een elektrische aansluiting te voorzien. Het geheel was namelijk bestuurbaar vanaf een los opgesteld bedieningspaneel waarop het sporenplan was afgebeeld. De modules hebben 3 doorgaande en 8 kopsporen. Het geheel is daardoor 11 sporen breed. Aan een zijkant konden we de meegebrachte treinen opzetten. In het verlengde lag de meervoudige splitsingsmodule van Emiele. Daarachter kwamen de andere modules van Emile. Hij had het zo gemaakt dat aan de achterkant van de sky-boards ook sporen 1 en 2 in tegengestelde richting gemaakt waren. Na een 90°-hoekmodule met 2 * 2 sporen was een dubbelsporige keerlusmodule op twee bakken gemaakt. Het effect van het geheel was dat de treinen (zie blad 6.76 in het normenboek) vanaf rechtsonder naar rechtsboven reden. Via de keerlus kwamen die treinen linksboven op de tekening weer terug om via de wissels naar linksonder terug naar het station te gaan. Daarnaast had Emiele de mogelijkheid om een trein op zijn eigen modules rond te laten rijden via de halve boog op de splitsingsmodule en de binnenste sporen op zijn (eigenlijk) viersporige bakken. Ook bij een eventuele storing in het grote NedTRAK-systeem reden er steeds treinen (soms ICE’s) in deze kleinere lus (met NTC) rond. Aan de achterkant had Emiele zelfs nog ruimte om langs beide doorgaande sporen nog een inhaalspoor te maken. Ook op deze inhaalsporen werden af en toe treinen bijgeplaatst of weggenomen. Het slapen in Leeuwarden is mij goed bevallen. Eigenlijk had Gerrit geen slaapgelegenheid voor mij. Doordat hij al z’n modules naar de beurs had gebracht, kreeg hij een lege kamer waar ik kon slapen. Een meegebracht elektrisch opblaasbaar hoog luchtbed was in een mum van tijd geïnstalleerd. Alsnog hulde aan zijn vrouw die het voor elkaar kreeg om volwaardig vegetarische maaltijden voor mij te maken. Na afloop van de beurs op zondag (18.00 uur) begon uiteraard het afbouwen van de treinbaan. Dat was om 20.30 uur helemaal klaar.
|